Disability Case Manager: Volwaardig lid van het revalidatieteam

Twaalf en een half procent van de bevolking leeft met een handicap of chronische ziekte die het dagelijks leven en professionele activiteiten compliceert. Van deze groep heeft slechts 42 % werk en is 58 procent werkloos of inactief. Onderzoek toont aan dat de betrokkenheid en motivatie met betrekking tot arbeidsre-integratie in alle patiëntengroepen afneemt in de eerste vier tot zes maanden na het incident dat aanleiding gaf tot de gezondheidsstatus of handicap, en dit zowel bij de werknemer als bij de werkgever. Dit gebeurt bij 50 procent van de patiëntengroep. De kans op hertewerkstelling daalt zelfs verder tot 20 procent na een jaar werkloosheid. Een vroege interventie is dan ook noodzakelijk.

Het klassieke revalidatieproces is vooral gericht op het herwinnen van zelfstandigheid met betrekking tot dagelijkse activiteiten, de woonsituatie, hobby’s en het gezinssysteem van de patiënt. Arbeid komt vaak niet of pas op het einde van het revalidatieproces ter sprake.

Het revalidatiecentrum Sint-Ursula van het vzw Jessa Ziekenhuis onderkende dit probleem en heeft in de periode 2011-2014 samen met externe partners ACT Désiron en GTB Limburg de interdisciplinaire ‘Weer-Werk’ methodiek ontwikkeld. Weer-Werk gaat uit van een vroege focus op arbeids- of sociale re-integratie in het revalidatietraject. Binnen dit traject speelt de Disability Case Manager (DCM’er) een cruciale rol. Deze fungeert als sleutelfiguur tussen de patiënt, het multidisciplinair team van het revalidatiecentrum, werkgevers en andere specialisten betreffende arbeidsre-integratie.

Het programma start bij de opname in het ziekenhuis met een interdisciplinaire screening waarbij de (verwachte) capaciteiten en motivatie van de patiënt in kaart worden gebracht en worden afgestemd met de gekozen of mogelijke arbeidsvereisten. Niet iedere patiënt is in staat om terug te keren naar arbeid. In samenspraak met de patiënt wordt gekozen voor het ‘arbeidsre-integratie’ pad of het ‘sociale re-integratie’ pad. Voor de eerste groep is de primaire doelstelling in het revalidatietraject een vlotte terugkeer naar arbeid, voor de tweede groep is de primaire doelstelling een verbetering in de kwaliteit van leven en dus in de gezondheidsstatus (lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn).

De laatste vijf jaar is empirisch aangetoond dat patiënten via de Weer-Werk methodiek beter in staat waren om hun vroeger werk te hervatten of alternatief werk op te nemen. Ook indien ze niet meer in staat waren tot betaalde arbeid, gaven de patiënten een verbeterde kwaliteit van leven aan.

Dit project beoogt een wetenschappelijke validering van de Weer-Werk methodiek, de rol van de DCM’er hierin en een advies naar zowel het beleid als de verschillende actoren in het proces van arbeidsre-integratie bij patiënten met complexe neuro-motorische aandoeningen. Hierbij gaan we volgende onderzoeksvragen na:

-              Wat is de meerwaarde van de Weer-Werk methodiek op gebied van tewerkstelling, levenskwaliteit, welbevinden … in vergelijking met het reguliere revalidatieproces waarbij arbeid niet is geïntegreerd en geen DCM’er aanwezig is?

-              Hoe ervaren patiënten, werkgevers en therapeuten de rol van de DCM’er in de Weer-Werk methodiek?

-              Wat zijn de ervaringen van de verschillende actoren met betrekking tot Weer-Werk en met betrekking tot de factoren die bijdragen aan de gezondheidstoestand en de finale arbeidsstatus na het beëindigen van de revalidatie?

-              Welke aanbevelingen kunnen we formuleren naar beleid en naar verschillende actoren toe op gebied van vroege focus op arbeidsre-integratie bij revalidatie en inzet van een DCM’er?

Om de onderzoeksvragen te beantwoorden maken we gebruik van een gecontroleerde, longitudinale

studie bestaande uit een experimentele (Weer-Werk) groep (Jessa Revalidatie Hasselt) en een

controlegroep (Reva & MS Overpelt) waarin het revalidatieproces verloopt zoals gewoonlijk, alsook

van kwalitatief onderzoek. Data worden geanalyseerd met behulp van de fenomenologische methode

(kwalitatief) en een kwantitatieve vergelijking tussen de experimentele en controlegroep.

Project informatie

Projectpromotor:
Annemie Spooren
Status:
Lopend project
IWETO code:
  • Code nog in te vullen.
Startdatum – einddatum:
01/01/2017 – 31/12/2019
Budget:
€ 241 107,86 ( PXL : 132 221,47 euro)
Projectcode:
2/DWO/2017/HC/BE001
VTE:
1.16 VTE
Medewerkers:

Sanne Van Craeyevelt

Contact

Annemie Spooren
onderzoekshoofd
PXL-Healthcare